Podium


Column Joost Nijsen


arme_lezer2.jpg

ARME LEZER!


Joost Nijsen 24-05-2018

Wie ervoor gekozen heeft, als dat een keuze genoemd kan worden, lezer van literatuur te worden, betrad daarmee zowel het pad naar het paradijs als de hel.

Romans, verhalen, essays en gedichten (en alle mengvormen), stellen de lezer in staat zich levenslang te ontspannen en te verrijken. Er is voor de lezer altijd die vertelling, dat betoog, dat gedicht voorhanden, waarmee je uit de soms beangstigende, soms ronduit geestdodende werkelijkheid kunt vluchten. Heb je even genoeg van de wereld, of heeft die wereld even genoeg van jou? Een boek is altijd als kameraad beschikbaar. Daarbij verbreedt en verdiept lezen je visie, en houdt deze vitaal. Net als musiceren activeert lezen belangrijke delen van je hersenen. Lezen is een onovertroffen vorm van schoonheid en entertainment, en een rijke bron van kennis en informatie. Je wordt er een beter mens van, en het leven wordt er leuker door.

Tot zo ver het paradijs.

Maar je haalt je ook iets op de hals!

Aan de keerzijde van dat altijd beschikbare, onbegrensde repertoire aan mooie, ontroerende en wijze woorden, staat het knellende besef, als lezer altijd tekort te schieten.

Philip Roth moest sterven om menigeen, waaronder ondergetekende, tot het besef te brengen hem onvoldoende gelezen te hebben.  Door de decennia heen misschien een drietal romans, net als van de auteurs met wie hij in veel stukken in éen adem genoemd wordt, zoals Saul Bellow en John Updike. Minder doet dit probleem zich uiteraard voor bij de lezers die dag in dag uit kunnen lezen, zoals critici, wetenschappers en erudiete renteniers. Problematisch ligt dit evenmin bij lezers die zich sterk beperken, bijvoorbeeld tot moderne Amerikaanse schrijvers. Maar u en ik, wij modderen maar wat, wij willen álles wel lezen, boeken uit de achttiende eeuw evenzeer als uit het huidig tijdsgewricht, Amerikaanse romans evenzeer als literatuur uit Rusland, Turkije en IJsland. Vernieuwende fictie van een experimentele Duitse auteur uit de jaren dertig evenzeer als die lekkere sociale romantrilogie uit Italië.

Er is welbeschouwd geen beginnen aan.

Het overlijden van Roth stimuleert nu even de lezing van diens oeuvre. Maar Nabokov dan, en Mann, en Cervantes, en Pavese, en Kundera, en Hesse, en Szymborska? Duras, Yourcenar? Annelies Verbeke, Esther Gerritsen, Hanna Bervoets? McEwan, Barnes? Dylan Thomas? Claus, Boon? En moet Couperus niet eens grondiger gelezen dan je als student ooit deed? Wat staat er allemaal nog van Multatuli te wachten in je kast? Camus, Du Perron? Tolstoj, Canetti, Virginia Woolf?En Knausgård dan, Jamal Ouariachi, Wieringa, Palmen, Februari, Pruis?

Het is om knettergek van te worden.

Want ik vergeet nog biografieën (wat verschenen er goeie de laatste jaren, alleen al in het Nederlands taalgebied!), egodocumenten, essays (wanneer komt Montaigne nou eens echt aan de beurt? Spinoza? Erasmus?), hedendaagse dichters, romans uit Azië... hopeloos.

Aan deze hel van een diep besef van ontoereikendheid (éen keer leven we maar!) valt alleen te ontkomen als je weet te balanceren tussen voortgaande lezershonger, verregaande lezersambitie, en berusting in het per definitie onvoltooide levenswerk der lezer -  hanteerbaar als je die krankzinnige overdaad aan klassiek en modern aanbod niet als uitvlucht ziet er het bijltje bij neer te leggen, maar als een menukaart dik als een telefoonboek; je hoeft niet álle nummers te bellen om levenslang prachtige gesprekken te voeren.