Column Joost Nijsen


handen.png

DUURZAAM HARSTAD


Joost Nijsen 20-09-2018

Je kunt als uitgever in je relatie met schrijvers twee uitersten opzoeken: de relatie-per-boek, en de langdurige relatie. (Iets ertussen in leidt tot ruis en misverstand.) Voor de eerste, los-vaste relatie is best wat te zeggen. Contractueel is het ook een relatie-per-boek; weinig auteurs voelen er voor zich te binden aan wat vroeger in contracten figureerde als de optie-clausule (waarbij de schrijver zich verplicht een volgend boek eerst aan de uitgever van het onderhavige boek aan te bieden). Een variant is wel de zogenaamde twee- of drie-boekdeal; maar dan ga je wederzijds ook verplichtingen aan.

Normaal gesproken verbinden partijen zich voor steeds één boek. Sommige uitgevers stellen zich daarop in, laconiek bijna, casueel: je slaat de handen ineen voor dat ene opwindende nieuwe boek, en als de auteur voor een volgend boek ergens anders gaat shoppen: soit. Dan zoek je weer andere auteurs op voor andere avontuurtjes. Zo’n losse omgang met je schrijvers heeft als voordeel dat je niet gefrustreerd raakt als de relatie niet optimaal blijkt te werken. Ontspannen.

De meeste literaire uitgevers in de eredivisie van het literatuurbedrijf opteren nog altijd voor een langdurige relatie. En auteurs idem dito. Juridisch zijn er geen garanties (hoewel je elkaar dus theoretisch voor een lange rij boeken en een reeks van jaren zou kunnen vastleggen). Je mikt beiden alleen maar op een aanhoudend vertrouwen en plezier in wederzijdse samenwerking. Ongeveer als een huwelijk toch, maar dan zonder contract: in good times and in bad times. Het gaat om een intentie, een gevoel, een verlangen.

Dat vraagt voor beide partijen veel inzet. Als uitgever moet je jezelf doorgaand bewijzen, jaar in jaar uit. Met inspanning en expertise op alle terreinen (redactie, promotie, rechtenexploitatie, etc.). Andersom hetzelfde: als auteur moet je je óók doorlopend bewijzen, via je werk, je inspanningen ook buiten de beslotenheid van de schrijfkamer. Vertrouwen, vertrouwen, en plezier in het samenwerken boek in boek uit. Samen in hetzelfde schuitje. Samen op de brug, speurend naar de horizon, turend op het kompas. Overleg en nog eens overleg (zonder te veel te vergaderen: het moet geen wérk worden).

Bij Podium overheerst dát visioen in relaties met de schrijvers: zo lang mogelijk zo opgewekt en zo vruchtbaar mogelijk de handen ineenslaan.

Het kan mis gaan. Het gáát wel eens mis. Renate Dorrestein wilde na decennia bij een andere uitgeverij wel eens wat anders, en trad toe tot onze stal. You win one, you lose one: Ronald Giphart besloot vorig jaar voor zijn volgende roman eens elders een uitgeefpartner te vinden. Maar we hebben een kwart eeuw genoten van onze successen, dat besef verzacht de frustratie die toch op de loer ligt.

Meestal gaat het goed. En geregeld gaat het méer dan goed, zoals afgelopen week, toen Johan Harstad de Europese Literatuurprijs kreeg toebedeeld voor zijn magistrale roman Max, Mischa & het Tet-offensief. Met eerder werk van zijn Noorse hand genoten we al van de samenwerking, en oogstten we ook succes, zoals met zijn roman Buzz Aldrin… Maar er zaten ook boeken tussen die we naar veel minder lezers wisten te leiden. Johan had genoeg contact met ons om het vertrouwen niet te verliezen, en van onze kant was er zo’n vurig geloof in die dikke pil Max…, dat we als eerste buitenlandse uitgave de Nederlandse rechten kochten. Johan was blij met die keus, omdat het ook andere buitenlandse uitgevers over de streep zou kunnen halen. Was heel coulant met de zakelijke voorwaarden. En nu is er de oogst, de beloning voor schrijver en uitgever: druk na druk verschijnt, en internationaal is die Nederlandse Europese Literatuurprijs een gouden kans.

Zo gaat het gelukkig met bijna al onze auteurs: wij houden van hun werk, zij vertrouwen ons de exploitatie ervan onverminderd toe. Duurzaam uitgeven. Duurzame oeuvres. Loyaliteit: daar staan we elke dag weer vrolijk voor op en daar ligt de schoonheid van uitgeven. Romantisch? Absoluut!