Podium


Column Joost Nijsen


cape-town-jazz.png

KOME ER EEN FESTIVAL


Joost Nijsen 23-07-2018

Bijna sloeg ik een flater. Ik wilde hier gaan uitroepen dat het een daverende gemiste kans is dat in Nederland geen groot, landelijk festival bestaat voor lezers. Maar ik liep achter, in gedachten, op wat eraan zit te komen, en u misschien ook. Ik ga u dit nu allemaal toelichten.

Met geliefde bezocht ik het North Sea Jazz Festival te Rotterdam. Het slechte nieuws is, dat dit festival extreem commercieel geworden is. De etende, drinkende en rondsjokkende dagjesmensen verdringen bijkans de jazz. Eén grote braderie, een uit zijn voegen barstende foodhal, met ook nog eens een tsunami aan stands die allerhande non-food aanbieden, van jazzy schoenen tot jazzy zonnebrillen en geluidsapparatuur.

Het goede nieuws: alle zalen waren tjokvol. Je moest zelfs rennen en dringen om voor je dure entreeticket nog vanuit een stoel wat muzikanten te zien.

Hou ik North Sea voorlopig voor gezien, ik dacht wel: op zich natuurlijk geweldig voor al die uitstekende musici, dat ze voor volle zalen kunnen spelen. Ik wist niet dat zoveel mensen van heinde en verre en in grote getalen, met inzet van tijd en geld, op jazz afkomen (en aanverwante soul, rock en kwaliteitspop).

In ons land (en in Vlaanderen) zijn uitstekende literaire evenementen, zoals Crossing Border, Winternachten en Poetry International. Maar hun doelgroepen zijn specifiek (om ruimte te besparen werk ik dat even niet verder uit). Wat we niet hebben, in een tijd waarin schrijvers en al hun waterdragers al jaren geconfronteerd worden met een sterk afgenomen lezerspopulatie (lees maar het recente, alarmerende rapport van de Raad voor Cultuur), is een groot, meerdaags festival voor een breed lezerspubliek. Er is van alles geprobeerd, met name met het verdwenen Manuscripta, dat door allerlei gekrakeel en een weinig consistente strategie echter nooit verder kwam dan een uitgebreide vorm van de oude vakbeurs Vers voor de Pers.

Mijn oproep zou deze zijn: kome er een meerdaags literair publieksevenement, een North Sea voor boeken, als jaarlijkse, krachtige promotie van boeken en hun schrijvers, met serieuze honoraria voor schrijvers en stevige boekverkoop.

Nog net op tijd bestudeerde ik de website van het ambitieuze ILFU (International Literature Festival Utrecht). En dáar, landgenoten, lijkt het te gaan gebeuren. De staf van het al enige tijd uitblinkende Literatuurhuis heeft de messen geslepen voor een festival dat op 15 september van start gaat met een Anna Karenina Voorleesmarathon (1000 vrouwen gaan Tolstoj’s epos integraal voorlezen), 16 september een Boekenmarkt belegt mede in het kader van de lokale Uitmarkt, en dan met vele activiteiten, met onder meer optredens van kanonnen als Cognetti en Barnes, doorloopt tot de Nacht van de Poëzie op 29 september.

Veel moet nog blijken maar toen ik er wat vragen over stelde aan kopman Michaël Stoker, wist ik genoeg. Zijn voorbeeld is het befaamde, weken durende literatuurfestival te Edinburgh. Een kwart miljoen (!) lezers komen daar jaarlijks op af. Ik heb het met eigen ogen enkele jaren geleden aanschouwd: boeken en nog eens boeken, dagenlang, met een festivalterrein waar in vele uitstekende tenten auteurs geïnterviewd worden, onderverdeeld naar genre. In dat laatste zit ’m de kneep, weet ook Stoker: zoek je lezers, neem dan ook álle lezers even serieus, zowel de literaire lezer als lezers van thrillers, kinderboeken, et cetera. Ik heb er ook gezien hoe lezers uiterst zorgvuldig kiezen naar welke auteurs ze gaan luisteren, om vervolgens in de boekwinkels op het terrein (en ongetwijfeld ook later in talloze boekhandels in het Verenigd Koninkrijk) hun boeken te kopen, al dan niet gesigneerd. Volgens Stoker worden daar 63.000 boeken verkocht. Het verstandige van het ILFU is dat ze niet zelf met één grote boekhandelstent verkoop gaan realiseren, maar waar mogelijk boekhandels inschakelen, en naar boekhandels verwijzen.

Nu praten we, zoals de Engelsen zeggen. Zonder subsidie en sponsoring gaat het niet, maar velen zijn er al aan boord, zoals NS, CPNB, NLF, AKO en de stad Utrecht. Hierdoor, schreef Stoker trots, hoeft een kaartje voor de Nacht van de Poëzie niet €75 te kosten maar €38. Veel geld nog altijd, zou je denken, maar dat is ‘old school’: kijk eens wat mensen betalen voor een dagje Pinkpop, of North Sea.

Laat dit nu eens de grootse, jaarlijkse verwennerij worden voor lezers uit alle windstreken en van alle genres. Mijn zegen als onafhankelijk uitgever heeft het ILFU nu al ten volle.

Ik zei toch: bijna had ik een flater geslagen.