Column Joost Nijsen


Glazenbol1b.jpg

GLAZEN BOL


Joost Nijsen 14-06-2018

Daarnet poetste ik mijn glazen bol op; ik maak u graag deelgenoot van wat zich openbaarde! Ik zag het boekenlandschap van de nabije toekomst te Nederland. Een brede rivier deelde het landschap, aflopend naar de horizon, in tweeën.

Rechts hoge uitgeverijtorens, met erin strak geklede dames en heren, aktetassen vol bankbiljetten naast de laptops. Dat geld wordt hen, zag ik in mijn bol, als in zo'n oude, anti-kapitalistische cartoon, toegeschoven door enkele zeer rijken, die het vermogen elders verdienden en zich om uiteenlopende redenen verantwoordelijk voelen voor de torens, waarin de boeken geproduceerd worden. Limousines rijden af en aan; de deuren worden opengezwaaid voor ster-auteurs, die als ze even niet gefilmd worden door cameraploegen, selfies maken. Ze zijn luxueus gekleed en verzorgd gekapt,- rimpels zijn weggewerkt met botox. Succesvolle agenten leggen rode lopers uit. Tussen de torens staan stadions geheel gevuld met publiek, dat joelt en juicht voor de ster-auteurs, die ook topsporters hadden kunnen zijn, of acteurs met Oscars op zak. Uit de bestsellers wordt voorgelezen, voor velen in het publiek een prima vervanging voor lezing ervan; maar anderen drukken op knoppen van online-boekhandels en bestellen digitale boeken of stukjes tekst, via abonnementsvorm. De populariteit van schrijvers is soms van korte duur, maar niet-inverdiende voorschotten worden snel en fiscaal-vriendelijk afgeschreven. En anders is er altijd de belofte van een nieuwe superster.

Links, tussen bomen verscholen, staan lage gebouwtjes. Er staan markante uitgevers in de deuropening; hun redacteuren zijn aan tafels druk in gesprek met schrijvers, hun haar in de war, hun kleding onopvallend. Hier en daar ook boekwinkels; sfeervolle inrichting, muziek en espressoapparaten klinken op. Er lopen wat lezers in en uit, gelukzalig ogend met prachtig vormgegeven boeken, die ze liefdevol betasten, om ze thuis te gaan lezen; smartphones zijn stilgezet, schermen op donker. 's Avonds verzamelen de lezers zich op pleintjes, en raken in gesprek met de schrijvers, die er hun schrijfkamers even voor verlieten. Behalve over de boeken zelf wordt geregeld gesproken over inkomen: hoe kunnen deze schrijvers het einde van de maand halen? Hieraan wordt deelgenomen door vertegenwoordigers van de overheid, festivaldirecteuren, boekverkopers en door de uitgevers, die samen zorgen dat de schrijvers die er geen baantje bij kunnen hebben en niet anders kunnen en willen dan schrijven, toch rond kunnen komen.

In de rivier dreigen wat auteurs kopje-onder te gaan; ze hebben onvoldoende X-factor om tot de torens en de stadions toegelaten te worden, en anderzijds onvoldoende missiedrang, talent en uithoudingsvermogen om aan de linkerkant van de rivier, bij de kleine, zelfstandige biologische boeren van het boek, gedoogd te worden.

Meer zag ik niet. Iets anders evenmin. De hypercommerciële, door machtige geldschieters overeind gehouden schrijvers en uitgevers aan de ene kant, beurshandelaren welhaast, en dat op artistieke duurzaamheid gerichte stadsdeel aan de andere kant.

Toen vervaagde het visioen en bedekte ik de glazen bol weer zorgvuldig onder een doek van fluweel.  Want wie er te vaak in kijkt, verkrampt nog in het heden.