Column Joost Nijsen


Michel Faber


Joost Nijsen 18-04-2011
In de maalstroom van professionele beslommeringen, van alledaagse zorgen over afzonderlijke boeken tot aan vraagstukken betreffende de toekomst van de boekenbranche, vergeet je weleens hoe uitverkoren je bent om je brood te mogen verdienen met het uitgeven van opwindende, betoverende, onweerstaanbaar grappige, intens gevoelige en leerzame boeken. De zakelijke en creatieve omgang met de schrijvers ervan, in de nabijheid van hun scheppingsdrift, maakt het uitgeverschap tot een fascinerend, zeldzaam bevredigend beroep.
Als ik een toptien moest samenstellen van hoogtepunten tot nu toe (maar laat dat ten minste een tophonderd zijn), zou de uitgave van Michel Faber’s oeuvre hoog eindigen. Elk boek dat hij schreef, van de bevreemdende toekomstroman Onderhuids tot de postmoderne Victoriaanse roman Lelieblank, scharlaken rood, staat op zichzelf en toont hem in zijn onlesbare dorst naar steeds nieuwe literaire uitdagingen.
Vorige week was hij in Nederland als writer in residence aan de Universiteit van Utrecht. Zaterdag was hij bovendien te gast bij de zelfstandige en ouderwets goede boekhandel Van Rossum aan de Amsterdamse Beethovenstraat. Vanwege devierdelige BBC-serie The Crimson Petal and the White sprak hij in de tuin van Van Rossum vooral over Lelieblank, de baksteendikke roman over de jonge prostituee Sugar. Het is een virtuoze en verslavende vertelling, het soort boek dat je jaloers maakt op iedereen die het nog niet gelezen heeft. Bovendien is deze roman, en vergeef me het sleetse beeld, als een wijn die met de jaren voller, rijker en lekkerder wordt. Dat drong tot me door toen Michel enkele fragmenten voorlas: is het schrijven van een bijna duizend pagina’s tellende en toch volledig coherente, tot de laatste pagina meeslepende roman al een prestatie van jewelste, Lelieblank is bovendien betekenisvol en doordacht tot in alle details, in alle verhaallijnen en motieven, dialogen en observaties.
‘It’s really a work of exceptional quality,’ beklemtoonde ik dan ook na afloop, in een restaurant waar ik met de schrijver en zijn vrouw wegdook voor de avondkou. ‘Een geniaal boek,’ had ik evengoed kunnen zeggen, want Faber, op jonge leeftijd geëmigreerd, verstaat onze taal nog steeds prima.
Toen ik hem gretig vroeg naar zijn volgende boek, verwees hij fijntjes naar de inhoud van de Belle van Zuylen-lezing die hij binnenkort zal uitspreken. Hierin gaat hij, zoveel begreep ik, in op de verlokkingen, ook voor hem als schrijver, van het internet, met al die lonkende maar tijdrovende mogelijkheden. Als hij maar niet bedoelt dat hij, zoals wij allen, van zijn eigenlijke levensmissie wordt afgeleid door te vaak en te langdurig te surfen over de golven van het wereldwijde web.
Maar mijn goede stemming kon niet meer stuk toen ik de opdracht las die hij aan het eind van ons inspirerende samenzijn schreef in mijn exemplaar van de nieuwe editie van The Crimson Petal:
Komt een uitgever bij de boekwinkel… [] Keep having fun persuading people to read books!
De laatste twee delen van de BBC-serie volgen 20 en 27 april. Gaat dat zien.