Uitgeverij Podium


Column Joost Nijsen


gozha-net-xDrxJCdedcI-unsplash.jpg

ZEVEN VETTE


Joost Nijsen 08-06-2020

‘Boeren en uitgevers klagen altijd,’ zegt men. De beroepen kennen meer overeenkomsten. Net als boeren kennen uitgevers het fenomeen van de zeven vette, en de zeven magere jaren (en laat het eens vijf jaar zijn, of acht). Podium startte vorig jaar de cyclus van de vette jaren, na een reeks jaren met geweldige boeken, enkele successen ook, maar met een geleidelijk verlies aan vet op de botten. Dat zijn vooral moeilijke jaren omdat je als literaire uitgever dat vet nodig hebt om risico’s te blijven nemen, met het publiceren van debuten, verhalenbundels, poëzie, lijvige vertalingen en andere waagstukken. Want de verliesgevende auteur van morgen kan overmorgen brede lezerskringen bereiken.

Onze ommekeer in financieel resultaat begon in 2019 met Huib Modderkolk (Het is oorlog maar niemand die het ziet), Antonio Scurati (de Mussolini-roman M.), en P.S. van Jet Steinz. Vooral de laatste twee zijn díkke boeken, toevallig of niet! Begin dit jaar brak Johan Harstad met zijn méér dan dikke, in eerdere ronde al succesvolle roman, alle records na een lyrische behandeling van Max, Mischa & het Tet-offensief in de laatste (au!) uitzending van het DWDD-Boekenpanel.

En nu is er wéér een dik boek dat dik verkoopt, De man en zijn wielerverhalen van Wilfried de Jong. De eerste, royale oplage in een week uitverkocht, en dit is pas het begin, want wat moeten liefhebbers van grote wielerrondes deze zomer anders dan dit boek lezen?

Voordat u allen dikke boeken gaat schrijven en uitgeven en inkopen: dat hóéft natuurlijk niet hè. Kijk maar naar de hattrick die we maakten met drie Nederlandse, opmerkelijk lovend besproken romans, van Gerda Blees, Marjolein Visser en Laura van der Haar.

Mijn voorspelling, door niets anders geschraagd dan aanzwellend optimisme, is dat minstens één van die drie begin 2021 de shortlists gaat bereiken van de belangrijke fictie-prijzen (maar ik zou het niet raar vinden, laat staan onaangenaam, als ze alle drie gelauwerd werden).

Maar onder zo’n gelukkig gesternte gaat soms álles voorspoedig. Zonder ons hele uitgeefprogramma nu op te sommen, met een enkel voorbeeld: vorige week gaven we opdracht tot herdrukken van de jongste verhalenbundel van Etgar Keret, Mijn konijn van vaderskant. Verhalen! Uitzonderlijk. Of neem de tekenboeken van Siegfried Woldhek: van beide net herdrukken besteld.

Toch zou ik zo opgeruimd niet durven berichten als we niet net in kaart brachten welke boeken we dit jaar nog uitbrengen, en wat er voor volgend jaar op stapel staat. En 2022 kan ook niet meer misgaan. Dat zou ons een vierde vet jaar brengen. Alleen met uw hulp maken we de zeven jaar weer vol. En daarna zien we wel. Voor de zekerheid leggen we de komende tijd wat hooi opzij voor een langdurig regenseizoen, en de onvermijdelijke jaren met louter hagel en bliksem.