Podium


Nieuws

Column_Nico_Dijkshoorn.png
05-05-2015

Column Nico Dijksdoorn voor Petra Possel

Boeken over voedsel, ik lees ze met lood in de schoenen. Om u een idee te geven van mijn culinair inzicht lees ik u nu eerst een kort gedicht voor. Het is een letterlijk verslag van wat er gebeurde toen ik jaren geleden moest opdraven bij een receptie in het Cobra Museum in Amstelveen. Het gedicht gaat als volgt:

 

Etiquette

 

kordaat

boog hij

zijn amuse-lepel

recht

 

Maar wat een geluk, het boek van Petra Possel gaat helemaal niet over eten. Dit boek gaat over Petra Possel die zich, hier en daar getroost of gehinderd door voedsel, door het leven wurmt. Heel kort samengevat: Petra Possel leeft als een malle, het leven wordt gevierd, het leven wordt vervloekt en daar wordt af en toe iets bij gegeten. Vaak met mannen.

 

En wat voor mannen. Ik noem twee willekeurige scharrels van Petra Possel, die ik door dit boek iets beter heb leren kennen: een dolfijnentemmer en de zoon van een mosterd- en augurkenfabrikant. Ook hierbij verbleek ik. Mijn spannendste vriendin was Anita. Zij was niets. Ze had ooit in de verte een fabriek zien ontploffen. Maar een dolfijnentemmer…

 

Petra beschrijft dat beroep niet en dat is juist zo goed van haar. Ze weet, als schrijfster, dat alleen al het woord 'dolfijnentemmer' een hele wereld oproept. Petra aan de rand van een bassin met haar handen op de snuit van een dolfijn en daar die dolfijnentemmer vlak naast: 'Nee, leg hem er maar op. Streel hem maar. Ruw he, die huid! En moet je nu eens voelen hoe glad mijn buikje is.'

 

Over die zoon van een mosterd- en augurkenfabrikant wil ik het niet eens hebben. 'Hoi, ik ben Petra Possel. Hoi, ik ben Patrice Luycks. Dit is mijn neef, Donnie Kesbeke.' Laat ik zeggen wat Petra Possel er zelf over zegt. 'Soms dient het leven zich aan als een huilend zigeunermeisje'.

 

Petra Possel - ik blijf deze hele tekst haar achternaam er bij zeggen omdat haar naam voelt als een nieuwe Suske en Wiske - stond aan de wieg van de moestuingekte die Nederland nu in zijn greep houdt. In heel Amsterdam staan radeloze hipsters met 763 moestuintjes van Albert Heijn op een balkonnetje van 1 bij 2 radeloos om zich heen te kijken. Waar laat je die focking radijsjes?

 

Nee dan Petra Possel. Die schrijft, ver voor de rage, het volgende: 'Ik ben een moestuin begonnen, dat is alvast een eerste stap in mijn nieuwe plattelandsleven. Ik heb zes stoersolide houten kratten met worteldoek bekleed, met aarde gevuld en er groenteplanten in gezet. Ik weet niets van verbouwen, dus ik doe maar wat.'

 

Ook hier weer loopt Petra Possel kilometers op mij vooruit. Ze zegt dat ze niets weet van verbouwen, maar ondertussen staan er wel al drie woorden in één zin die ik niet begrijp. Wat zijn stoersolide houten kratten? Heb je ook verwijfde kratten. Als die bestaan is een ding zeker, daar zou ik weer mee aan komen kakken bij mijn niet dolfijntemmende vrouw. Wat in godsnaam is worteldoek? Wat zijn groenteplanten?

 

En dat is een beetje het thema van dit boek. Een van de thema's zou ik bijna zeggen. Petra Possel weet veel meer dan ze toe wil geven. Ze weet, op intuïtie, hoe je rouwt met kippensoep, ze weet hoe je een goede visbouillon moet trekken en ze weet hoe ze drie ons garnalen moet pellen. Maar oh, oh, oh, wat klaagt ze daar leuk over. Leest u vooral het hoofdstuk waarin Petra Possel de garnalenkroket van Cees Holtkamp probeert na te maken. Het leest als Oorlog en vrede van Tolstoj. Nooit werd het omroeren van ragout aangrijpender omschreven.

 

Petra Possel schrijft wat wij allemaal denken. Dat zijn mijn lievelingsschrijvers. Ze somt in een van de hoofdstukken een lijst vragen op waarom iemand in godsnaam een wijnboerderij in de Jura zou willen beginnen. Zij verwoordt daarmee mijn doodsangst voor het programma Ik vertrek. Dwars door het het progamma heen schreeuw ik vragen naar de mensen die vertrekken: waarom, waarom wil je naar een stuk omgewoelde aarde in Roemenië om daar een antroposofische naturistencamping te beginnen? Petra Possel verwoordt die doodsangst. Feilloos.

 

Ze bekent in dit boekje dat ze een slowjuicer gebruikt. Kom in mijn armen Petra Possel. Ook ik heb mensen heel trots een glas sap in de handen gedrukt en daarna gezegd: dit was net dus nog gewoon een appel.

 

Ik heb gegromd bij de volgende zin van Petra Possel: 'De man-in-schort is een opschepper, seizoensarbeider en beunhaas in één persoon.' Dat is nou zo leuk. Ik heb net zoiets over vrouwen geschreven: 'De vrouw in geinige jaren vijftig jurk is iemand die over de man van de schouder mee kijkt of hij zijn tartaartje op tijd omkeert, ze is fulltime kooktijden en nagaar nazi en controlfreak in één persoon.'

 

Ik ben het maar één keer niet met haar eens. Petra Possel schrijft: 'Een glas champagne afwijzen is zoiets als niet willen dansen met Koningin Maxima. Of niet willen zoenen met George Clooney.'

 

Ik ga liever dood dan dan ik met Maxima zou moeten dansen.  En zoenen met George Clooney: hoezo mevrouw Possel? Is de zoon van een mosterd- en augurkenfabrikant niet goed genoeg?

 

Maar dat zijn de details. Dit was allemaal om u te laten horen dat ik het boek ECHT heb gelezen. En met PLEZIER heb gelezen. Maar wat mij, door het hele boek heen, oprecht ontroerde, is de persoonlijke toon van Petra Possel. Er gebeurde hetzelfde als tijdens de drie interviews die zij mij afnam. Ik nam na een uurtje praten opeens afscheid van een goede bekende. Petra Possel heeft het vermogen om van iedere man een dolfijnentemmer te maken.

 

Wat ook ontroert: Petra Possel verontschuldigt zich in dit boek voor haar culinaire uitspattingen. Steeds als ze duur heeft gegeten of bijdehand heeft gedaan over goedkope wijn volgt er snel een hoofdstuk over goedkoop broodbeleg, haringen, je lazarus zuipen in een zomertuin. Zo zie ik Petra Possel nu. Als iemand die af en toe gewoon niet kan geloven hoe gelukkig ze is - of weer is - en zich daar bijna een boek lang voor verontschuldigt. En dat doet ze magistraal.

 

Petra Possel, heel erg bedankt voor dit boek. Was getekend: Nico Dijkshoorn, zoon van een automonteur.

Column Joost Nijsen

  • Banner_Giphart.jpg

    Lieve meisjes

    26-09-2016 -

    Een uitgever kan zich eigenlijk niet veroorloven een recensie te recenseren. Is hij er doorgaans al niet voor opgeleid, een grotere hindernis vormt het besef, dat de uitgever die een criticus tegen de haren instrijkt, het risico loopt dat een volgend boek van die auteur of van een andere auteur uit zijn fonds, door diezelfde recensent, of het orgaan waarvoor hij of zij werkzaam is, bovengemiddeld kritisch wordt beschouwd.

    Bovendien, smaken verschillen, meningen lopen uiteen. Critici zijn het zelden roerend eens.