Podium


Column Joost Nijsen


Deadlines.jpg

DEADLINES


Joost Nijsen 31-01-2019

Wat de dagelijkse praktijk op een algemeen-literaire uitgeverij als Podium zo fascinerend maakt (opwindend-bruisend, en tegelijkertijd veeleisend) is de afhankelijkheid van inspiratie & transpiratie aan de kant van de auteurs – onze toeleveranciers, onze grondstofproducenten, en ten diepste onze enige reden van bestaan.

Eeuwen terug leverde de schrijver zijn/haar geestesproduct aan de drukker, die tevens boekverkoper was en uitgever. Het was in de tijd dat de schrijver welgesteld was en ervan uitging voor de verspreiding van zijn goddelijk werk te betálen.

Eind negentiende, begin twintigste eeuw, met de opkomst van een lezende midden- en onderklasse, groeide het boek structureel uit tot een handelsproduct met omzet- en winstpotentie.

De uitgeverij ontwikkelde zich tot een professionele onderneming, met kantoor, personeel, vertegenwoordigers, vormgevers, et cetera. Voor de continuïteit werd winst een noodzakelijk element. Voor de realisering ervan moesten en moeten de zogenaamde ‘p’s’ optimaal benut worden: product (een goed boek maken, inwendig en uitwendig), plaats (een goed kantoor op een goede plek), personeel (met steeds meer specialisten, zoals redacteuren), prijs (een slimme oplage-prijs-strategie) en promotie (marketing).

Net echt! In de afhankelijkheid van alle andere geledingen (retail, media, publiek) is een planning (deze zesde p voeg ik er nu zelf even aan toe) onontbeerlijk.

Voorbeeld: een boek dat kans van slagen heeft als cadeau in de feestdagenperiode, moet je niet in juli uitgeven en niet eind december, maar in oktober/november. Met boekwinkels stem je daar je afspraken ook op af; hun inkoop immers is weer afhankelijk van timing, tijdige beschikbaarheid etalagemateriaal, publiciteit in hun huis-aan-huisbladen (met definitieve titel en omslag), et cetera.

Ik zeg niks nieuws! Maar dit korte college illustreert hopelijk wel de afhankelijkheid van aanlevering door de schrijver van het voltooide manuscript.

Verstandigst zou zijn, weet elke uitgever door schade en schande wijs geworden, een boek pas ‘aan te bieden’ als het manuscript de uitgeverij bereikt heeft.

Maar dan gaapt er een periode van soms een jaar voor dat manuscript in boekvorm de lezer bereikt. Immers, winkels kopen boeken maar een paar keer per jaar in (op beurzen), en daartoe is een catalogus nodig met uitgewerkte presentatie van dat boek, betrouwbare informatie over omslag, omvang, publiciteit, enzovoorts.

Sommige boeken (denk aan actuele non-fictie) zijn daarvoor te actualiteits-gebonden. Wat fictie betreft, is er het begrijpelijke ongeduld bij de auteur dat zijn grootse werk tijdig de lezer bereikt; dat bevordert ook weer een tijdige realisatie van schrijversinkomen (niet alle schrijvers hebben familievermogen of significante neveninkomsten).

Dit alles leidt ertoe dat uitgevers en schrijvers elkaar met strakke planningen achter de vodden zitten. Maar het schrijven van een boek is wat anders dan planmatig te controleren activiteiten als kiezen vullen, lesgeven en vuilnis ophalen. Een schrijver kan vastzitten in zijn vertelling, met als uiterste probleem een writer’s block. Een schrijver kan zodra zijn eerste versie gereed is bedenken, dat het perspectief niet klopt. Een schrijver kan een maand vleugels krijgen en een maand in de lappenmand zitten. Of genoodzaakt zijn tijdelijk voor het geld een klus aan te nemen om de huur te betalen. Het is en blijft een lastig stuurbaar, want creatief proces. (En zelden is een schrijver éérder klaar dan verwacht). Dat kan tot spannende momenten leiden op het uitgeversbureel.

Maar een wezenlijk probleem blijkt dat uiteindelijk nooit. Geduld is een schone zaak, en verschuivingen op zich zijn uitdagingen die extra energie losmaken. En anders is er nog steeds hoop, zoals een auteur die vertraagde me laatst voorhield: ‘mijn boek is straks zó goed, dat verkoopt zichzelf.’

Misschien zijn de beste boeken wel de boeken, die vertraging oplopen. Maar vertel dit alsjeblieft niet aan auteurs.